FC Twente moet gigantisch gaan betalen voor spelers van buiten EU
In dit artikel:
Eredivisieclubs die buiten de EU willen shoppen, krijgen te maken met strenge regels van de Nederlandse overheid. Werkgevers moeten in principe personeel uit Nederland of de EU halen; alleen in uitzonderingsgevallen mogen clubs een speler van buiten de EU aantrekken. Voor profclubs zijn daar speciale afspraken voor gemaakt, maar die gaan wel gepaard met duidelijke eisen.
Een niet-EU-speler moet eerst voldoen aan sportieve voorwaarden: hij moet komen uit een land dat in de FIFA-top 40 staat, of aantoonbaar international zijn geweest op senioren- of jeugdniveau. Daarnaast is er een forse salarisdrempel. Spelers onder de 21 jaar moeten minimaal 75 procent verdienen van het gemiddelde Eredivisie-salaris, terwijl spelers van 21 en ouder op 150 procent moeten zitten. Op basis van de meest recente berekening betekent dat voor het seizoen 2026-2027 ongeveer 315.000 euro per jaar voor jongere spelers en rond de 630.000 euro voor oudere spelers.
Voor clubs kan dat handig zijn als ze een talent net vóór zijn 21e verjaardag vastleggen: de werkvergunning geldt meestal drie jaar, waardoor de speler in die periode onder het lagere tarief kan blijven vallen. Maar er zit ook een addertje onder het gras: als zo’n speler tussendoor wordt verhuurd en later terugkomt, moet een nieuwe vergunning worden aangevraagd. Is hij dan ouder dan 21, dan schiet het verplichte minimumsalaris meteen omhoog, wat de kosten voor de club flink kan verhogen.
De Oranjezomer: Econoom Jona van Loenen legt uit: waarom stijgen de benzineprijzen harder dan ze weer dalen?